KLINIEK VOOR MEDISCHE EN ESTHETISCHE DERMATOGRAFIE
m e d i c e r ®



homepage dossier kaakchirurgie Pagina 2


binnenkort
Dossier mondziekten & kaakchirurgie

  • Pagina 1: Korte historie kaakchirurgie
  • Pagina 2: Nederlandse bijdrage
  • Pagina 3: Referenties en literatuur historie kaakchirurgie
  • Schisis met Tatoeage, Peru (100 v.Chr. – 500 n.Chr.)
     




    NEDERLANDSE BIJDRAGEN




    Carolus Battus vertaalde ook het grootste werk van Ambroise Paré, die ook wel de vader van de moderne chirurgie is genoemd.
      Het eerste Nederlandstalige werk over chirurgie – waarin ook wordt geschreven over ‘de ziekten van den monde’ verschijnt rond 1310 en is geschreven door Jan Yperman uit Vlaanderen. In 1343 verschijnt daar ook het boek Der Surgien van Meester Thomas Scellinck. Hij heeft het over ‘van den tandvleesche en van den tandsweer’ en behandelt ook de kaakfractuur. De Dordrechtse stadsgeneesheer Carolus Battus vertaalt rond 1589 uit het Duits het Medicijnboek van Christoforus Wirzung en draagt dit op aan Prins Maurits. In het voorwoord schrijft hij: ‘Den hoochsten Schat die de mensche op dezer aerde hebben maech (naest de rechte erkentenisse van Jesu Christi) is de gesontheijt deses tijdelicken levens.’

    Deze Cinq Livres de Chirurgie verschenen in 1592 in de Nederlandse vertaling en in 1634 in de Engelse vertaling. Hierin worden uitgebreid de faciale verwondingen behandeld, waaronder oorlogsverwondingen. Voor de behandeling van kaakfracturen worden de behandelprincipes van Hippocrates en de intermaxillaire fixatie aanbevolen. Paré beschrijft het succesvol reïmplanteren van gebitselementen en beveelt deze techniek als een routine procedure aan.

    De Fransman is net als Hippocrates onder de indruk van het menselijk herstellingsvermogen. In 1684 verschijnt er in Den Haag een boek over de chirurgie en de verloskunde van de stadsgeneesheer Cornelis Solingen. In het hoofdstuk over de behandeling van Hazemonden onderscheidt hij 6 soorten hazelippen. Bij de behandeling ervan heeft Solingen drie hulpkrachten nodig, twee om het kind vast te houden en een derde om het instrument aan te geven!






    De grote geneesheer Hermanus Boerhaave (1668-1738) werd in 1709 benoemd tot hoogleraar in de geneeskunde te Leiden. In een college uit 1732 spreekt hij over een hoektand die de slijmholte van de bovenkaak binnendringt en daar naar alle zijden heftige ontstekingen, ettering, aanvretingen en fistels doet ontstaan. Bij de genezing raadt Boerhaave aan de tand te verwijderen,omdat ‘door het achterblijven van de tand anders ongeneeselijke, dikwijls afschrikwekkende aandoeningen van oog, neus, wangen, mond, keel en verhemelte voorkomen’. Misschien is hier sprake van een veretterde folliculaire cyste.

    In 1771 publiceert Petrus Camper uit Groningen een verhandeling over de vervaardiging van een kunstmatige neus en een palatum voor een man die door trauma een groot defect had gekregen. Dit was dus een vroege chirurgische prothese: ‘De neus werd uit linden hout gesneden, geschilderd en met een zilver ringetje door de neusholte heen aan de hoektand vastgemaakt. Als palatum werd daarna een stukje leer, met een sponsje als huig geplaatst’.

     
    Het motto van Boerhaave was simplex sigillum veri, ‘eenvoud is het kenmerk van het ware’.





    De tandarts zoals wij die kennen, bestond nog niet. De geneesheren beperkten zich veelal tot het geven van goede raad en het schrijven van theoretische beschouwingen. De praktische tandheelkunde in die tijd vindt plaats op de markt, waar ‘de barbier-chirurgijn – omgeven door tromgeroffel en nieuwsgierige blikken – zijn kunde, maar vooral zijn kunsten aan het volk toont’. Tandheelkunde en chirurgie werden in die tijd als een handwerk beschouwd en daarom niet waardig geacht om door universitair opgeleide geneesheren te worden bedreven.

    Nog in 1782 schrijft Lassus ‘dat de gewone man het zetten van een breuk aanziet voor een karweitje, dat weinig bekwaamheid eist en even goed door een hoefsmid als een ervaren heelmeester kan geschieden’.

     





      Het heeft nog meer dan 100 jaar geduurd (1876) voor dr.Th.Dentz als eerste lector benoemd kon worden op de universiteit van Utrecht; daarna gaat het snel vooruit. Iin 1918 wordt dr. H. de Groot, KNO-arts, benoemd tot lector in de Mondheelkunde en Kaakchirurgie te Utrecht; hij wordt tevens directeur van het Tandheelkundig Instituut. In 1920 wordt mevr.J.G. Schuiringa, de eerste vrouwelijke lector, benoemd in de prothetische tandheelkunde.

    Pas in 1953 zorgde de zeer vooruitstrevende plastisch chirurg dr.Jan Hage, die opgeleid was in Engeland en net begonnen was in het St.Elisabeth Ziekenhuis te Tilburg, dat er een

    chirurgisch opgeleide tandarts (dental surgeon) kwam voor de uitgebreide maxillo-faciale verwondingen en voor de vervaardiging van resectie-prothesen. Deze werd gevonden in tandarts P.Moolhuysen, die zich als een van de eerste Nederlandse kaakchirurgen op voordracht van dr. Jan Hage op kosten van het ziekenhuis 6 weken in het RAF-ziekenhuis in East-Grinstead (UK) verder mocht bekwamen.

    Twee andere pioniers volgden. De eerste was J.Tolmeijer in het Oogziekenhuis in Rotterdam. OP aandringen van prof.dr. Flieringa werd een stuk van de fietsenstalling omgebouwd tot behandelruimte annex poli-operatiekamer. In het Gemeente Ziekenhuis in Arnhem begon T.van den Berg; geneesheer/directeur dr. Bax, die tevens chirurg was, stond open voor nieuwe ontwikkelingen. Van den Berg werd geassisteerd door assistenten algemene chirurgie die volgens Bax ‘het nodige moesten opsteken om all-round te worden en te blijven’. Het specialisme was intussen nog steeds niet erkend en het duurde nog 7 jaar voor er een tarievenlijst kwam.






    Allerlei producten worden heden ten dage nog steeds op de markt verhandeld, maar de vroegere barbier-chirurgijn is er in geslaagd zijn handwerk te verplaatsen naar een kliniek. Hij oefent er tegenwoordig zijn beroep uit in een omgeving van wachtkamers, witte jassen en heel veel ingewikkelde apparatuur (die aan snelle veroudering onderhevig is), computergestuurde scans en opeenvolgende nieuwe technieken. De kaakchirurgie is een van de medische disciplines die zowel een zeer uitgebreid gebied bestrijkt als ook zeer innoverend is. Het vak heeft de laatste jaren niet meer alleen de Mond tot werkterrein maar behelst inmiddels het hele gelaat, inclusief plastische reconstructies en vele deelspecialisaties. Bovendien is de hedendaagse kaakchirurg naast tandarts ook arts.  

     






     




    naar dossier tatoeageverwijdering inhoudsopgave (in voorbereiding)
    referenties & publicaties





       
    sitemap | medische links | nederlandse vereniging voor dermatografie | overige indicaties | meer weten? | nieuwtjes | disclaimer



    ©Copyright 1998-2004 Clinic for Medical and Esthetic Dermatography and Keratography, All Rights Reserved.
    Web design and maintenance: digitti, Inc.
    Editing and translation: Cantua Print & Web Productions
    Translation and copywriting service: oliveiro.vede@laposte.net
    Kliniek voor medische en esthetische dermatografie
    Vissteeg 7, 6811 DB Arnhem, Nederland
    info@dermatografie.nl
    tel: 026-3510375
    http://www.oogletsel.nl